Koolrabi Lanro

De koolrabi (Brassica oleracea convar. acephala alef. var. gongylodes) , ook wel meiknol genoemd, is een groente die vermoedelijk uit Noord-Europa stamt. Het is een van de vele teeltvormen van kool, die bestaat uit een kruising van wilde kool en wilde witte biet.

De knol die van de koolrabi wordt gebruikt is het hypototyl (een verdikking van de stengel) en is dus geen wortel. Koolrabi komt meestal in een lichtgroene maar soms ook in een paarse teeltvorm voor. Deze twee vormen zijn niet verschillend in smaak. De knol moet in een jong stadium, als ze 7 tot 8 cm in doorsnee zijn, geoogst worden, omdat ze anders vezelig worden. Ook is er een ras, Witte reuzenkoolrabi, dat zeer grote knollen geeft.

De koolrabi heeft behoefte aan een voedingsrijke en vochtige bodem en hij groeit het beste in een gematigd klimaat. De meeste koolrabi wordt verbouwd in Duitsland, waar men er per jaar 40.000 ton van voortbrengt. In Nederland vindt in het Zuiden op kleine schaal ook teelt plaats.

Koolrabi kan zowel rauw als gekookt genuttigd worden. Deze energie-arme groente (24 kcal/100g) is rijk aan bouwstoffen zoals vitamine-b, vitamine-c, kalium, magnesium.


Koolrabi Lanro is een fijne koolrabi-ras dat forse, witte, bovengrondse knollen vormt. Het ras is zowel geschikt voor teelt in de kas, de platte bak, als voor vroege teelt in de vollegrond. Zaaien: in kas of bak: half februari zaaien onder glas, eind maart uitplanten op 30 x 25 cm. Zorg dat de grond voldoende vochtig blijft om groeistoornissen te voorkomen. Door droogte kunnen ‘verhoute’ gedeeltes in knollen optreden. Niet te veel mesten, een rustige gelijkmatige groei is het best. Bij vroege zaai zijn de planten gevoeliger voor schieten: ze vormen dan bloeistengels en van de knol komt weinig meer terecht. Oogst: bij teelt in kas of bak: ca. half mei. Bij vroege vollegrondsteelt: begin juni. Oogst als de knol een doorsnede van 7 – 8 cm.






Tuinplus B.V. Heerenveen
Aengwirderweg 167
8459BL Luinjeberd
Postbus 95
8440AB Heerenveen
www.buzzy.nl