Bij de gewassen andijvie, kropsla, prei en wortelen was het tot nu toe gebruikelijk om na de opkomst van het gewas te dunnen of te verspenen. Dit moest gebeuren om een goede, gezonde en stevige plant te krijgen. Dunt of verspeent men de kiemplantjes niet, dan krijgt men lange, slappe plantjes, die bovendien vatbaarder zijn voor ziektes en plagen. Hiervoor zijn gepilleerde zaden ontwikkelt, de zogenaamde zaadpil. de professionele tuinders maken hier veel gebruik van. Het gebruik van pillenzaad is ook voor de hobbytuinder interessant, omdat men niet meer behoeft te dunnen of te verspenen. Een ander voordeel van het gebruik van pillenzaad is de zichtbaarheid. Door de lichtbeige omhulling is het reeds gezaaide zaad ten alle tijden uitstekend zichtbaar en heeft men dus een goed overzicht op de voortgang van het zaaiwerk. Andijvie, prei en kropsla worden onder glas in perspotjes gezaaid, terwijl wortelen direct ter plaatse in de vollegrond op eindafstand worden gezaaid.
Voor een goed resultaat moet men enkele regels in acht nemen:
- zaai niet dieper dan 1 cm zorg voor een rulle, vochtige grond pas op voor het dichtslaan van de grond, d.m.v.
- grote hoeveelheden regen in één keer.